2026 – Balkan

Mijn collega zegt ieder jaar. Op het moment dat ik wegrij heb ik vakantie. OK dan ga ik mijn vakantie 2 dagen voordat ik wegrij laten beginnen. Want 2 dagen voordat ik wegrij heb ik al de vakantie stress. Shit wat moet ik ook alweer mee… O even kijken of die landen in zone 1 zitten van de provider. Dus snel een e sim gekocht voor 30 dagen Noord Macedonië, Albanië, Montenegro en Bosnië Herzegovina zijn allemaal zone 2. Alle dozen met spullen tevoorschijn gehaald en nu inpakken. Neem ik de twee spiegelreflex camera’s mee.. nee toch niet. Als ik alles heb ingepakt heb ik nog twee koffers helemaal leeg. Ik hoop dat ik niets vergeten ben. Op de ochtend dat ik weg wil rijden pak ik ze toch weer in, want in steden ga ik natuurlijk heel veel balen dat ik de camera’s niet heb.

Voor het eerst op de manier waarmee heel de wereld al jaren aan het reizen is. Niet meer met kaarten en briefjes met de wegen, maar gewoon Apple-kaarten voor de route en oordopjes in om heel de dag muziek te horen en nu en dan een bericht van de routeplanner. “De komende 400km deze weg vervolgen.” Na 12 uur rijden ben ik dan eindelijk in Rosenheim in Zuid-Duitsland. 2 jaar geleden hier ook met Esther overnacht, dus ik hoef de kaart niet te zien en bestel gelijk een weizenbier en schnitzel.

Oostenrijk

Ik wil niet te veel haasten, maar bedenk dat ik het nu een beetje erg ruim heb genomen. Over 4 dagen moet ik in Venetië zijn 350 km zuidelijk. Wat ga ik die komende dagen doen. Het nieuwe reizen is nu ook dit gewoon aan ChatGPT vragen. Zonder in discussie te gaan neem ik de route over Rosenheim → Walchsee → Lofer → Saalfelden → Zell am See → Fusch → Großglockner Hochalpenstraße → Lienz. OOo leuk de Großglockner is nu hier in de buurt. Het grote reisverhaal van mijn oma is dat ze bij de Großglockner (volgens mij zegt ze klosklokner) is geweest en iedere keer vraagt ze: ben je daar niet geweest? Leuke wegen ernaartoe. De benzineprijs is in Oostenrijk gelukkig 80 cent de liter goedkoper. De jerrycan wordt ook gevuld en geheel onvoorbereid sta ik voor de tol hokjes waar ik na 36,50 betaald te hebben omhoog mag rijden. Het gaat stijl omhoog en na een paar bochten is het uitzicht…. wit. Een grote witte deken is over het gebied neergestreken en dat verandert niet, zelfs niet op het hoogste punt de Edelweißspitze op 2.571 meter. Veel motorrijders, auto’s wielrenners en een stel met een karretje achter de fiets en een kind achterop. In heel het gebied hoor je het geluid van honderden brommende Porsches die rondscheuren, want vandaag is het de Porsche-treffen 2026. De pass hoef je niet meer over, daar is een tunnel voor en aan de andere kant is het gelukkig een heel stuk helderder. Daar blijkt ook de Großglockner te liggen. In Lienz aangekomen wil ik eigenlijk niets meer doen. Douchen slapen liggen nog een Weizenbier en slapen.

Italië

Naar Italië en het eerste stukje Italië is het echt heel druk.  Colonnes van 50 motoren achter elkaar, mijn arm wordt moe van het zwaaien. Ik heb voor vandaag zo veel mogelijk passen gekozen, daar het nog steeds druk maar rustig in vergelijk wat ik net heb gezien. Ik heb ook gelijk meer lol in het motorrijden, de wegen zijn slechter, korte steile stukjes en dan weer een haarspeldbocht naar het volgende stukje. Dit zijn dan ook de Dolomieten en niet meer de alpen. Een prachtig meer met er omheen de mooie kale ruige pieken van het gebergte. En met de juiste hoe lijkt het net dat ik hier alleen ben. De landen stickers op de motor hebben wel bekijks en zorgt vaak voor een aanspreek moment. Ben je daar allemaal naartoe geweest, vraagt een vrouw, en mag ik met je mee. Als je een helm regelt en hij daar vindt het ok spring je achterop. Alleen ga ik weer verder de passo di Giau op. Dit gaat een stuk makkelijker dat toen ik dat met de fiets deed. De voldoening is groter op de fiets maar nu kan ik boven genieten van het uitzicht in plaats van over mijn stuur gebogen uithijgen en dan te horen krijgen dat we gaan dalen. Na nog twee passen kom ik aan bij de camping. Waarom deze camping, ach gisteren met het plannen een paar aangeklikt en bij deze stond de beschrijving dat het het meest basic was. Na het gedruip van vorig jaar een nieuwe tent gekocht. Thuis wel even uitgepakt maar niet helemaal opgezet. Zal toch wel goed zijn. Lekker rustig in het zonnetje met de gebruiksaanwijzing, deze is toch net weer wat anders, staat de tent perfect. Naar binnen om even uit te hijgen en de tent wordt gelijk getest op waterdichtheid. Als ik een half uurtje later weer buiten komt en wat uitgeruster rondkijk is er maar een gedachte. WOUW wat een uitzicht. Een nadeel van plannen is weer dat ik al iets had gelezen over het restaurant dat bij de camping lag. Toch een beetje onbevangen ga ik erheen. Het is helemaal vol en iedereen wordt bij elkaar gezet aan grote en kleine tafels. Bord, bestek en een karafwijn staat al klaar, en als ik ga zitten worden er 3 kommetjes neergezet. Een helemaal vol met sla, een met bonen en een met vlees. Op een trolly ligt een grote dampende schijf polenta en daar wordt een stuk van afgesneden voor me. Ok lekker en begin met eten. Best honger want ik bedenk me dat ik niets meer op heb na het ontbijt. Een meisje komt langs met gehaktballen, wil je er nog een.. mmm ja tuurlijk… Weer een nieuwe schijf polenta en dan nog een hamburger van schaap. Allemaal lokale producten. Wil je nog meer ballen, pffff begin eigenlijk wel heel erg vol te raken, maar als ze dan met een groot stuk gebakken kaas aankomen haal ik gelijk weer mijn bestek van mijn bord af. Twee bolletjes ijs en ik zit propvol. Klaar om te slapen. Het waren best wat lange rijdagen geweest en vandaag een rustige dag. Ik wil mijn drone eens uitproberen, en moet de GoPro nog op de motor monteren. Maar eerst even een rustige wandeling. Bij de receptie krijg ik een kaart hoe ik een leuke wandeling kan doen. Na 40 minuten over een pad dat niet zo vaak gebruikt is en wat geklauter over aardverschuivingen en omgevallen bomen kom ik bij het dorp. Klein stukje verder en dan wat omhoog en dan lunchen bij de Rifugio Casèl Sora’l Sass. Het klink als een perfect rustig plan, alleen gaat het pad 800 meter stijl omhoog. Onderweg eet ik de broodjes op die ik in het dorp heb gekocht, en na 2 ½ uur lopen kom ik boven. Na een liter bier voel ik me weer uitgerust om naar beneden te gaan. Een andere weg, een stuk makkelijker ook al merk ik dat ik motorisch ergens iets moet inbinden. Terug bij de tent heb ik nergens meer puf voor, denk dat dit toch niet geheel een rustdag was.
Diep en lang geslapen, en de volgende dag weer de andere uitdaging, een nieuwe tent weer inpakken. Ik heb alle tijd, ook voor twee ontbijten en een motorrit helemaal binnendoor. Na de Dolomieten is het landschap heel vlak en dichter bij Venetië kanalen en dan opeens een brug. Een hele lange lage brug met aan het einde Venetië. Ik vind het wel zo’n mijlpaal in de reis, tot nu toe was alles extra, en nu gaat het echt beginnen. Nou echt eerst nog een volle dag rondlopen en kijken of dit dorpje nog wat leuks te bieden heeft 😉

Wouw wat een gave stad. Wat wist ik nou van Venetië? Dat er kanalen waren en een oude hoofdstad van een heel rijk rijk dat meer dan 1000 jaar heeft bestaan. Verder had ik zoiets van, ja weer een stad. Maar na een dag denk ik, wouw wat voor een stad. De auto’s en motoren komen tot waar mijn hotel staat, na een lange brug die het eiland aan het vaste land verbindt. Als je hier wil parkeren moet je ook even geduld hebben, want er staan lange rijen om je auto kwijt te kunnen. Het zijn niet een paar kanaaltjes hier, maar zoals een gewone stad wegen heeft door de stad heeft Venetie net zoveel kanaaltjes. De wegen die er zijn zijn kronkelig scheef en komen weer uit bij een brug. Na de wandeling van gisteren heb ik wat last om de bruggen op te gaan. Na de eerste brug kom je geen fiets, auto of motor meer tegen. Alleen wandelende mensen en verschillende boten die langsvaren. Ik heb geen plan en dwaal een beetje door de straten op zoek naar de volgende brug en dan weer verder. Na een tijdje lopen kom ik bij het ziekenhuis, en ook de ambulance is een boot, de politie, militairen en alle bevoorrading, afvalverwerking echt alles gaat met de boot. Ik was ook bang dat het heel druk zou zijn, maar vond het nogal meevallen, totdat ik verder weer op een hoofdstaat kwam en later op de Piazza San Marco. Ik vind het wel goed voor vandaag en wil terug. Maar dit is echt de eerste stad die ik heb meegemaakt waar ik geen idee heb hoe ik terug moet. Ik probeer het eerst met even op google maps te kijken. Ooo… ongeveer daarheen. Dat werkt altijd goed maar nu kom ik weer bij water uit. Weer even kijken en denk dat ik het dan wel door heb. Na een paar pogingen geef ik het op. Net zoals heel veel mensen om me heen staar ik naar het scherm om een uitweg te vinden in deze doolhof. Zelfs met kaart is het nog lastig om het goede straatje steeds weer te vinden.

De volgende dag begin ik vroeg, en deze keer zoveel mogelijk boten. Gisteren ook een beetje afhoudend omdat ik niet wist hoe het werk. Vind het nog steeds vaag, maar blijkbaar is het mijn bankpas tegen het apparaat houden en het poortje gaat open. De kortste weg om ergens te komen is hier ook via het water. Ik weet niet waar de boot naartoe gaat, en na een paar stops blijkt het de eindstop te zijn. Gelukkig in een gebied waar ik gisteren niet ben geweest dus ik kan weer wat op verkenning te voet. Lekker aan het water kijken naar al het verkeer op het water en dan weer zelf een waterbus in. Ik kom van links, dus eentje naar rechts maar verder weet ik niet waar deze naartoe gaat. Steeds een stukje verder van halte naar halte en dan maakt de boot een grote oversteek naar een ander eiland met de naam Lido. Even googlen wat daar te doen is, en gelijk is er weer een mysterie opgelost. Met al het water miste ik mensen die aan het zwemmen waren, en hier op Lido is er een 12 kilometer lang strand waar dat gebeurd. Na wat wandelen weer terug, Jammer genoeg snap ik nu hoe die boten werken en doet de boot er weer een uur over om bij mijn hotel uit te komen.  

Griekenland

Een dag in Griekenland. Ik heb wel een hotel geboekt en zit eigenlijk te twijfelen. Zou ik gelijk naar Albanië gaan, het is maar 30 kilometer verderop. Het hotel is 2 km vanaf de aanlegplek van de boot. Maar uiteindelijk duurt het 4 uur voordat ik bij mijn hotel ben, en een zalige moussaka met Griekse salade zal eten.
Be boot is 30 minuten rijden vanaf het hotel, onderweg nog wat broodjes, brood en gorgonzola voor lekker op de boot te eten. Een lange rij want er zijn heel veel mensen die van alles nog moeten navragen en naar buiten lopen om wat op te meten. Als ik aan de buurt ben ben ik zo klaar: een moter en een persoon. Langs de autos naar voren en gelijk neerzetten. Hier hoef ik de motor niet zelf met spanbanden vast te zetten zoals anderen boten, dat wordt voor mij gedaan. Nog wel even teruglopen omdat ik de motor op stuurslot had gezet. Ik heb een 4 persoons kamer. Er zit nog een Nederlander in die er nooit heeft geslapen en maar 1x even binnen is geweest. Verder met een Fransman die in Amsterdam werkt en een Oostenrijker. Uren met de Oostenrijker zitten praten over zijn leven, zijn hoop en dromen. Veel overeenstemming en ook veel herkenning. Met de Fransman ieder aan dek 3 zalige halve liters bier op gepaard met de mooie verhalen. Hij wil zo’n beetje dezelfde route als ik doen, maar hij is met de fiets. En dit is niet de eerste keer dat hij zoiets doe, 2 jaar geleden is hij ook naar Zuid-Afrika gefietst. De tijd gaat eigenlijk zo voorbij en na 26 uur sta ik weer bij mijn motor. Alleen Shit hij wil niet starten. Ik zie dat de dashboard het ook niet doe, en als ik wat aan het kijken ben komt er een van de boot langs met de melding, je lichten stonden aan. OK.. dat hadden ze wel even kunnen doorgeven. Ik rol de boot af en duw de motor nog even verder. Een man die het verkeer staat te regelen wijst waar ik de motor moet neerzetten en someone is comming. Nou die someone was een half uur later hij die me vertelde dat ik de motor van het terrein af moest duwen zodat hij het hek dicht kon doen en someone is comming. Die someone heb ik nooit meer gezien maar gelukkig heb ik de ANWB gebeld, erna met een Griekse en na een tijdje wachten kwam een man op een scooter. Een eenzijdig gesprek waarbij hij iets tegen zijn telefoon zij en die in het Engels aan mij wat vertelde. Maar hij had gelukkig ook een start-batterij bij zich. De motor loopt, hij rijd weg, ik ga zitten en in zijn 1 slaat de motor gelijk af. De Griekse weer aan de telefoon, maar ik moet bij de ANWB een nieuwe case aanmaken. Na een uur word ik weer door de griekse gebeld of ik al die case heb aangemaakt en een half uur later staat dezelfde man weer bij mijn motor. Deze keer probeert hij ook zelf weg te rijden maar hetzelfde probleem. Hij zegt: blijf hier, als of ik ergens naartoe gaat met een 260 kg beladen motor die niet start. Ter vermaak nog Tsjechische- en een Slowaakse jongen die vanaf hun land aan het liften zijn en nu in Griekenland zijn aanbeland. Ze wachten al vanaf 12 uur op deze plek op een lift. Na een half uur kunnen ze eindelijk met een vrachtwagen mee. Mijn laadwagen kom er dan ook aan, de motor wordt naar de sleper gebracht en ik naar mijn hotel en eindelijk kan ik dus mijn moussaka gaan eten. Morgen zal de ANWB gaan kijken waar de motor naartoe kan. 90 kilometer ligt de stad Ioánnina met twee BMW-dealers. OK dan ga ik misschien wel eerst door Griekenland en Noord-Macedonia. Volgens de sleper zijn het toch allemaal maffiosi in Albanië.

In de ochtend bel ik de ANWB. De motor moet inderdaad naar Ioánnina en ik zal gebeld worden door de sleper. Dat bellen wacht ik maar niet af, pak mijn spullen en ga eerst langs de kust lopen en later het land in op weg naar de sleper. Weet niet meer waar die precies zat, maar via een foto van gisteren kan ik de locatie bepalen. Na 9 km en een paar drinkpauzes kom ik eindelijk aan op mijn bootschoentjes. Het is bijna middag en ze maken zich al klaar voor het weekend. Niet echt meewerkend om tot een oplossing te komen. We zien volgende week wel. Met wat gebel met de ANWB en de Griekse ANWB die gelukkig Nederlands spreekt willen ze dan toch de motor naar een motorzaak brengen 5 km weer terug. Gelukkig is geduld my middle name, en ik wacht uren voordat er wat gebeurt. Nu en dan doen ze wat met de motor en uiteindelijk komen ze met de vraag, new battery of charge. Ik had ChatGPT al gevraagd wat het kan zijn en denk dat de accu al wat ouder is en een totale ontlading niet zo aankon. Om 18:00 kom ik dan eindelijk op de motor naar bij een nieuw hotel aan, 300 meter verderop waar ik gisteren heb geslapen. Weer een bijzondere dag, en met al het geloop wel weer twee Griekse Asterix stripboeken kunnen kopen. Zo nog aan de pita giros en het is weer een geslaagde dag. Ik ga wel mijn reisschema aanpassen. Morgen toch op weg naar Ioánnina zodat ik eerst wat in Griekenland vertrouwen in de motor kan krijgen, en dan oostelijker naar het noorden, eerst noord Macedonië in.  
Na drie dagen dezelfde kleding aan en helemaal bezweet kan ik nu gelukkig even de kleren en mezelf wassen. Kan ik morgen schoon beginnen.

Vannacht de motor in de straat geparkeerd en ik vind het altijd spannend of dan de tasjes er de volgende dag nog opzitten. Eraf halen gaat altijd goed, maar wat moet iemand nou met een oud regenpak en campinggas. De motor optuigen en dan gaat het beginnen. De motor start in een keer en er is niets aan de hand en ik kan ook gewoon rijden. Had niets anders verwacht maar toch weer spannend. Alles heeft dan uiteindelijk maar een dag gekost. Na 93 km en een Lidl- en cappuccino stop kom ik aan bij de camping in Ioánnina. Mooi gelijk aan het meer en er is heel wat te zien in Ioánnina. Maar na 5 minuten denk ik: wat wil ik eigenlijk deze vakantie. Wil ik alles zien wat interessant is of wil ik reizen. Ik klik in google maps een plaats aan in de bergen met heel veel kronkelweggetjes en weet waar ik voor ga. Dit is een prachtig mooi gebied met oude stenen bruggen. Ik kan de highlights van het gebied overslaan want ik ben hier in 2008 geweest met de auto. Wel word ik helemaal blij als ik de eerste brug weer zie, want er komen ook heel veel mooie herinneringen boven. De wegen zijn rustig. Vermeid autosnelwegen heb ik gekozen, dus soms zie je een vierbaans weg door de bergen gaan, en ik over kronkelwegen over de bergen. Grote honden liggen op de weg lui te zijn alleen nu en dan zo’n opgefokte die dan blaffend de weg oprent ben ik wat minder blij mee. Voor overstekende landschilpadden stop ik wel, en die zet ik even aan de overkant. Eindelijk kom ik aan in Metsovo, het ziet eruit als een stadje waar ik ook al eerder geweest ben. Maar bij binnenkomst heeft het niet de vibe waar ik naar opzoek ben. Het staat helemaal vol met auto’s en veel eettentjes bij elkaar die vol zitten. Dit lijkt me niet de plek. Waar dan heen vanavond. Op booking.com zie ik wat leuks. Panorama hotel met mooi uitzicht en maar 23 kilometer verderop. Alleen even geen erg in gehad dat 23 kilometer hemelsbreed in de bergen wat anders is. 73 kilometer en anderhalf uur later sta ik bij een leuk hotel. Voel me een beetje verwend worden zo met hotels, maar voor 41 euro heb ik geen zin om te kamperen.
Een keer per jaar is er in het dorp een feest, en een keer in mijn leven kom ik in dit dorp. Laten die twee dingen nou precies op hetzelfde moment plaatsvinden. Als ik bij het hotel is het een dode boel. Gelukkig zijn ze echt open en ik vraag nog of ze echt eten hebben later. Ja hoor over een uurtje ofzo. Hopelijk kunnen ze wat voor me maken, maar ik heb mijn twijfels. Als ik buiten zit om van het uitzicht te genieten komt er opeens een tsunami van geluid op me af. Ik probeer het eerst te negeren, maar bedenk toen: de keuken zal open zijn. Ik kan amper de bestelling doorgeven Bifteki gevuld met feta en tomaat (Μπιφτέκι γεμιστό), en nog maar een Griekse salade en bier. Een Kalamatianos wordt gedanst en ik krijg van een Griek nog een bier. De muziek wordt zo nog best leuk.

De volgender ochtend is de rust weer teruggekeerd in het dorp. Niemand te zien, en ik ga ook weer verder. Ik zag op google maps wat hele kleine weggetjes, maar dat waren meer hike paden. Ook weer erg spannend als je zo’n heel stijl pad ingaat en dan moet keren en stijl terug moet rijden. Een paar schapen op de weg, wat honden en verder heel de dag weinig verkeer. Na een stuk rijden een stuk autosnelweg genomen. Het voelt een beetje als valsspelen maar het schiet zo op. Ik wil onderweg nog wat gaan bekijken in Kastoria. Een leuk plaatsje aan een meer. De twee vrouwen van het info-huisje hebben niet zoveel te doen, dus ik ga maar daar eens vragen wat ik in Kastoria kan gaan doen. Ik krijg een VR-bril op en zie van alle hoeken dat ik langs het water kan lopen. Of met een boot meekan zodat ik van het water naar de kant kan kijken. Er zijn ook nog wat oude straatjes. Uiteindelijk ga ik de oude straatjes in en naar de drakengrot. Een 300 meter lange grot met zoveel bezoekers dat er gevraagd wordt waar ik vandaan komt, en heel de grot hoort het verhaal in het Nederlands. Direct erna is nog een heel oud byzantijns kerkje met mooie beschilderingen. Naar de grens toe weer de lege kronkelwegen naar boven en naar beneden. Maar de waarschuwing van loslopende schapen, koeien en herten is uitgebreid met pas op voor loslopende beren. Het wordt tijd voor wat nieuws, naar boven naar Noord-Macedonië. Aan de Griekse kant gooi ik de tank nog vol, niet wetende dat aan de andere kant de benzine 50 cent goedkoper is per liter en kost die maar 1,46.

Macedonië

Na de eerste grensovergang denk ik dat ik er al ben, maar het zijn er natuurlijk twee met een stukje land ertussen. Griekenland ben ik zo uit, maar sta in een rij in de warme zon te wachten. Een bestuurder roep naar me “WHAT ARE YOU DOING, DRIVE AND GO TO THE FRONT”. Dit scheelt een hoop tijd. Mijn paspoort heb ik wel bij de hand, maar moet even zoeken waar de groene kaart en het kentekenbewijs is. En dan rij ik weer een niet EU-land binnen na IJsland. Ik Griekenland kon ik al niets lezen, hier met de cyrillische karakters wordt het er niet beter op. 5000 DEN pinnen en naar de camping bij Bitola (Битола).

Eindelijk gebruikt ik de percolator koffie die ik in Venetië heb gekocht, en mijn eerste stop van vandaag is bij de apotheek om pleisters en leukoband te halen omdat het mes waarmee ik het openmaakte iets te scherp was. En zo kan ik verder naar de romeinse stad Heraclea Lyncestis. Weer leuk om mozaïeken te zien en wat oude spullen. Erna naar Kruševo om daar vanuit het dorp naar de Ilindenmonument te lopen dat symbool staat voor de Macedonische strijd voor soevereiniteit en onafhankelijkheid. Via een andere weg weer terug naar Bitola. Kleine dorpjes waar buiten de tabaksbladeren aan het drogen zijn onder een afdak van plastic. Ook in ieder dorp een paar ooievaarsnesten hoog in de telefoon- en elektriciteitsmasten in de dorpen. Dit tafereel zag ik ook in Letland en Litouwen, en blijkbaar loopt de oostelijke vliegroute van door die landen. Deze landen lijken verder ook op elkaar met open landbouwgebieden, rivierdalen en natte graslanden die ideaal zijn voor ooievaars. In Bitola is het een stuk moeilijker om een Asterix boek te vinden. ChatGPT geeft vol zelfvertrouwen 4 plekken waar ik zeker deze stripboeken kan vinden, en als ik alle vier langs bent geweest krabbel chat ook weer terug, misschien in Skopje. Maar dan wel ergens met tweedehands boeken, want er is al jaren geen herdruk geweest. Ondertussen wel weer heel het stadje gezien. Wat me ook opviel is de grote hoeveelheid casino’s en gokplekken in de stad. Dit zou iets met een Balkan traditie te hebben maar ook met de hoop in wat armere landen op een beter leven. Na de noedelsoep van gisteren uit mijn nood voorraad hoop ik ook op een beter leven en ga nu uit eten.

Ik heb geen zin om in Bitalo te gaan eten, te veel toeristengedoe. Ik zoek wat in het rond en in Dihovo is een leuk restaurantje. Google Maps stuur me alleen via het oosten via de R1101. Er is toch een weg een klein stukje westelijk en dan steek ik zo af. In plaats een russenstop en ik kan gaan eten. Het is maar 8km verderop, dus nonchalant geen motorbroek aan, en geen handschoenen. Even om de hoek wat eten. Eerst rij ik voorbij de weg, ok is dat de weg. Ik denk nog even. Ach dat gaat wel lukken, en ga het kiezelpad in. Het kiezelpad wordt wel wat slechter en ik moet door wat water. Ziet er niet zo diep uit, dus doorrijden. Er komen alleen wat kronkels in de weg, en gleuven, overgroeien van planten en dit is duidelijk ook de plek waat de rotzooi van het dorp wordt gedumpt. Ik krijg echt het gevoel dat dit niet zo handig is. Met kan kunstwerk krijg ik de motor gedraaid en ga weer het water door naar de weg. In knap nu waarom dit weggetje niet als optie gegeven werd. Nu lekker rijden naar het restaurant. Ik vertrouw helemaal blind op de routeplanner en ga de 506 op en ik heb het niet door dat ik de afslag Trnovo neem. Kan dat ook allemaal niet zo goed meer lezen en geloof de pijlen die ik moet volgen. Het moet wel een erg landelijk restaurantje zijn, want de wegen worden weer erg slecht. Mensen kijken me na en kinderen worden enthousiast dat ik langsrij. Nog een klein stukje en ik krijg de melding: bestemming bereikt aan de linker kant. Links als rechts zijn landerijen en een kudde schapen wordt net over de weg naar het land begeleid. Dit restaurant moet wel erg landelijk en erg vers vlees hebben. Na even denken snap ik dat ik nu via de andere kant naar de tussenstop gereden ben, en ik ben nu een paar honderd meter verderop waar ik net gedraaid ben. Als ik omdraai kom ik dezelfde dorpsbewoners weer tegen en uiteindelijk bij het gesloten restaurant. Dan maar het eerste restaurant dat open is. Dat is het 3 sterrenhotel & Restaurant Kapri. Halve liter bier, brood, Macedonische salade en op aanraden van de ober niet de halve kilo spies, maar een mixed gril en met moeite krijg ik het allemaal op. 15 euro armer op de motor in het donker, zonder straatverlichting nog 5 kilometer terug naar de camping.

Noord-Macedonië heeft dezelfde tijd als Nederland, maar ligt een heel stuk oostelijker. Daardoor is het vroeger donker, en begint het leven ook een heel stuk vroeger. Om 7 uur rij ik met alles ingepakt op weg naar Ohrid. Bij de poort van de oude stad parkeer ik de motor en ga lekker wandelen. Na een uur heb ik het wel gezien, Het bekende kasteel, mooie uitzichten en oude kerkjes. Eigenlijk wat ik vaker zie. Ik heb meer zin in de ongeplande dingen. Het is ook erg druk rondom Ohrid. Eigenlijk is het heel de dag erg druk op de weg. Bijna overal zijn er tweebaansweg wegen, dus een baan in iedere richting. Als er dan iets aan de hand is, is het gelijk een hele verkeersopstopping. Hele lange files omdat er ergens aan de kant van de weg wat gerepareerd wordt. De wegen zijn slingerig omhoog en omlaag en het verschil in snelheid tussen de viertuigen is ook groot. Omdat niemand kan inhalen zit iedereen geduldig achter een tractor die met 20 km/h over de weg rijdt. Zelden is er iemand die er probeert langs te gaan. De route is erg mooi met regelmatig wegen langs de rand van stuwmeren, maar het is niet zo lekker rijden als je steeds een rij auto’s voor je hebt. Ik krijg van Ohrid naar Galičnik (Галичник) weer drie versies om te rijden, en alle drie zijn ze ongeveer net zo lang in tijd, maar één een heel stuk korter in kilometers. Dat is dus degene die ik ga nemen. De weg is 2 meter breed, maar mooi asfalt. Het slingert en langs de weg staat het vol met bomen, en dan weer een sloot met wat waterversnellingen. Wie legt in hemelsnaam zo’n weg aan. Waar gaat deze naartoe. Na 20 minuten is er een splitsing, de ene kant gaat verder naar een guesthouse, en de andere kant naar het onbekende. De weg wordt iets slechter maar nog steeds goed te doen. Twee kleine kerkjes en nog 2 huizen en dan is het asfalt klaar. Teruggaan is zo ver, gewoon doorgaan. De routeplanner geeft deze route toch niet voor niets. Ok ik heb niets van gisteren geleerd, maar deze route is een echte optie. Op en neer, spleten in de weg, gros grind, blubber, meerdere diepe plassen en gelukkig weer even een vlak stukje waar ik en de motor kunnen uitrusten. Mijn helm is zeiknat van het zweet, en ook in mijn motorpak broeit alles. Er is maar één richting, dat is voorwaarts, want terug zie ik echt niet zitten. Na meer dan een uur worstelen met de motor heb ik toch een mooie ervaring in het Mavrovo gebied. In Galičnik aangekomen zijn er nog een paar andere toeristen, de andere weg is iets beter om de toeristen daarheen te krijgen.
Een paar uur later rij ik dan eindelijk Skopje in. Dan is het nog een half uur rijden. Ik heb het idee dat ik echt in de stad ben vanaf het bord dat karren met paarden niet verder zijn toegestaan. De weg waar ik in moet is de laatste motorbeproeving en dan staat mijn hotel naast de Russische ambassade.

Vandaag laat ik de motor voor het hotel staan. Bij het ontbijt spreek een Engelsman me aan. Hij is ook op de GS1200 maar moet 12 augustus in Barcelona zijn voor de zonsverduistering. Na leuke herinneringen uitgewisseld te hebben spreken we ‘s avonds nog eens af om nog te gaan eten. De eerste uitdaging is om een Asterix stripboek te vinden. En als er een plek is, moet het Bunkers zijn, een echte stripboekenwinkel. Gelukkig bestaat die echt en ze hebben van alles, en ook Asterix. Niet in cyrillisch maar wel in het Servisch, een taal die heel de regio blijkbaar begrijpt. Kerken en moskeeën staan hier overal. En naast een kerk een museum van de op een na bekendste persoon uit Skopje, namelijk moeder Theresa. Op het grote plein staat een stukje verderop staat de bekendste Macedoniër, een immens beeld van Alexander de grote, of officieel de krijger op de paard. Heel veel van die dingen liggen er gevoelig hier. Ik mag tegen de vrouw in het hotel niet spreken over noord Macedonië, maar over Macedonië. En ook Alexander ligt wat gevoelig omdat die uit een gebied komt dat door beide landen als hun land gezien wordt. De stad staat helemaal vol met beelden. Aan weerskanten op verschillende bruggen iedere 3 meter weer een ander beeld. Gebouwen staan vol en dan in de verte weer een paar. Na wat wandelen weer even de airco in want het is ook warm hier. In de hotelkamer kom ik erachter dat ik nog een heel stuk stad heb gemist, het oudere gedeelte met alle markten. Ik vond het al zo’n vreemde kunstmatige regeringsstad, en miste ook al die toeristen. Nou hier zijn ze. Straatjes vol winkeltjes, tafeltjes op straat en heel veel restaurantjes met eten uit de verschillende landen in deze regio. En nog een paar beelden die ik anders niet gezien had. Al die beelden zijn om dit jonge land een eigen identiteit te geven.

Kosovo

Bij het hotel is een vrouw de straat aan het aansluiten, gelijk een goed moment om alle blubber van de motor af te spuiten. Nog even douchen en samen gaan we schoon weer op pad. Ik heb mijn Macedonisch geld geteld en heb al plannen wat ik er allemaal nog mee kan doen. Alleen voordat ik het doorheb sta ik al bij de grens met Kosovo. Macedonië boeit het niet dat ik wegga, en gelijk bij een erg vriendelijke grenscontrole. Waar ga je heen Pristina, nee Prizren, Pristina, nee Prizren.. Na een paar keer snap hij wat ik wilde zeggen. De groene kaart is niet geldig in Kosovo. Ik had nog via de ANWB geprobeerd dat ze Kosovo erbij zouden zetten, maar dat konden ze niet doen. Krijg gelijk als antwoord dat ik dat thuis allemaal had moeten regelen. Hahahah alsof ik thuis wist dat ik naar Kosovo zou gaan, ik weet dat ook pas sinds een paar dagen. 300 meter na de grens kan je in een witte container je verzekering kopen, en voor de komende 15 dagen betaal ik 6 euro. Zonder lokaal geld op zak rij ik de snelweg op, en na kilometers moet ik eraf. Ik word er heel vaak aan herinnerd met borden dat ik tol moet betalen. Blijkbaar hebben ze wel al geïnvesteerd in die borden, maar de tolhuisjes zijn nog niet gemaakt. Omdat ik zo snel al bij de grens was kon ik niet nog de tank even volgooien in Macedonië dus dan maar hier. Op de pomp staat 1.53 euro per liter. Blijkbaar gebruik dit land gewoon euro’s. Zo fijn als je niet voorbereid. Wegen zijn mooi met weer heel veel kronkels en het lijkt wel op Oostenrijk. Alleen in Prizren is het verschil met Oostenrijk dat ik zo 20 moskeeën tel. Blijkbaar doet mijn abonnement het niet in Kosovo en dan maar met de wifi van een terras en een koffie in de hand boek ik een hotel 100 meter verderop. Ik vind het verder niet heel interessant hier. Het is een leuk stadje, veel toeristen en ook weer veel Albanezen die hier wonen, maar blijkbaar hun hart meer in Albanië hebben. Ik zie de Albanese vlag vaker dan de vlag van Kosovo. Na een rondje in de stad, een rondje de berg op met uitzicht boven de stad. Als ik terugkom zijn de terrassen leeg en ik word door een paar mannen gevraagd om bij ze te komen om bier te drinken. Erg gezellig en na een halve liter ga ik ook mijn siësta houden. En zo lopend uit eten.

Montenegro

De offroad skills komen goed van pas in Kosovo. De wegen zijn weg goed, maar overvol. Lange rijen achter een tractor met brommer motortje en een bar met boomstammen. Ik haal in over de voetpaden, weer terug de weg op omdat er een watermeloen verkoper staat, weer terug op het voetpad, tussen de auto’s naar de weg van de tegenliggers en weer op tijd tussen de auto’s de motor neerzetten als er weer tegenliggers aankomen. Onderweg aan de kant van de weg water kopen, en kreeg nog een geheel bevroren fles als cadeau mee. Voor die man heb ik ook nog een cadeau terug, heb al jaren bij het reizen een zakje met keramieken delfts blauw klompen bij me, en vergeet het steeds, maar ik heb er nu erg in. Bij Pejë is er de Rugovakloof waar de weg naar Montenegro loopt. Alleen is deze al 27 jaar niet meer open voor voertuigen. De eerste 5 km van de kloof zijn erg leuk, maar verder wordt het een beetje standaard. Een paar kilometer voor de oude grens draai ik om, want ik heb het wel gezien. Ik snapte nu ook waarom ze bij de info stand alleen info hadden over de eerste 5 km, die waren erg mooi. Met de wifi van het info-kantoor de rest van de reis in Google-Maps gezet. Alhoewel, dat dacht ik maar het bleek in Apple-kaarten te zijn. Niet nadenkend sluit ik de app af en in Google-Maps kan ik geen route laten genereren. Daar heb je een internet connectie voor nodig, en Kosovo zit ook niet in mijn bundel. Dan maar op de oude manier, en kijken naar de borden waar die naartoe wijzen. Nog een keer de tank volgooien, en toevallig sta ik naast een Nederlandse wagen. Heel veel buitenlandse wagen rijden hier, allemaal mensen die in het buitenland wonen en nu met de vakantie naar hun familie op bezoek gaan. De weg naar Montenegro gaat kronkelend omhoog en als er een lange rij auto’s staat rij ik door zodat ik de volgende bij de douane ben. Dan nog 20 minuten in de bergen rijden voordat ik bij de Montenegro grens ben. Ik heb gelijk weer 5G en heel de wereld lijkt ook te zijn veranderd. Vanmorgen had ik er allemaal geen zin meer in als het zo chaotisch warm en rommelig blijf. Nu rij ik in een land van rust en mooie groene bergen. Het lijkt wel Oostenrijk of Zuid-Duitsland. Ik ben nog lekker aan het rijden en gaat steeds verder, door de kloof langs de Tara rivier. Opeens een bord en afrit van een camping, en bij de tweede weg naar dezelfde camping heb ik besloten om hier te blijven. Ik zet mijn tent op, en kijk rond. Blijkbaar zit ik in een familie camping met allemaal gezinnen met jonge kinderen. Het gevoel van stoere reiziger is gelijk wel wat getemperd. Maar ik zit wel weer op een mooi plekje. Het is een week geleden dat ik mijn bril kwijt was, en ook een week geleden dat ik voor het laatst gekampeerd had. Blijkbaar hadden die dingen met elkaar te maken, en na het opzetten van de tent kan ik eindelijk weer met de correcte scherpte kijken.

De eerste bochten waren mooi, en van een afstand zie ik de indrukwekkende brug over de Tara. Dichterbij is de brug in de stijgers voor reparatie. De grootste attractie is nu hier de zip-line en het Raften. Voor het raften staat het water veel te laag volgens mij, en de zip-line is gaaf voor de adrenaline boost, maar die haal ik wel uit mijn eigen stommiteiten. Ik ga op weg naar de pas. Op de doorgaande weg staat een man te gebaren dat we een weg niet in kunnen omdat er een ongeluk is gebeurd. Een paar auto’s proberen een tussendoor weggetje dat net zo breed is als de auto’s. Dat gaat goed, totdat er een tegenligger is. Ik denk natuurlijk weer slim te zijn, en door het gras vol met stenen en kuilen om erlangs te gaan. De tegenligger gaat gewoon terug in zijn achteruit, ik wil nog wat verder en zit vast in het veld. Er is een grote rand stenen met het veld en de weg. De auto’s zijn alweer aan het rijden en ik kom met veel moeite weer op de weg. Het volgende dorp is een ski-dorp. Het zit helemaal vol toeristen. Ik had een afgelegen kiezelroute in mijn gedachte maar het is net zo druk als op de Italiaanse passen. Het is wel erg mooi, en lekker genieten op een bankje van het uitzicht. Een eenzame tent staat een stukje lager met dit uitzicht. Ik vind het nog te vroeg om erbij te gaan staan, en heb had al een camping in mijn gedachte. Die viel alleen heel erg tegen naar al het moois dat ik net gezien heb. De weg naar beneden is helemaal spectaculair. Helemaal beneden komt het azuurblauwe meer steeds dichterbij, en heel veel haarspeldbochten en nog meer rots tunnels kom ik beneden. Langs het water staat het bord dat Bosnië en Herzegovina nog 25 kilometer is. Als ik het stuwmeer overgaat zie ik een heel klein tunneltje aan de linkerkant. In eerste instantie denk ik aan een gat waar wat auto’s geparkeerd staan, maar er staat ook een plaatsnaam bordje op. Het kleine tunneltje en nog een en een smal weggetje en dan ben ik bij een vrije kampeerplek van het nationale park. Er staat camper truck met een Duits stel die nu 2 ½ jaar op reis zijn een paar polen die even later weggaan en nog 2 auto’s met een tentje. Voor 3 euro nationaal park fee mag ik hier blijkbaar staan. Ik heb alleen maar 1 liter water bij me. Even later komt er nog een Nederlands stel die net zo nieuwsgierig waren naar het tunneltje. Van hen biets ik nog een grote fles met 3 liter water en ik kan lekker blijven. Op een van de mooiste plekjes waar ik geweest ben. Lekker zwemmen in het meer en theezetten van mijn water. Het wordt al vroeg donker en ik heb weinig anders te doen dan slapen. Rond 3 uur wordt die slaap alleen verbroken, er komen auto’s aan die wat rondrijden. Niet echt een lekker gevoel als je zo afgelegen ligt, en er gaat van alles door mijn hoofd. De volgende dag zie ik dat het auto’s zijn met zo’n tent op het dak.

Bosnië en Herzegovina

Tent opruimen en met de percolator een koffie zetten en ik ben klaar voor de grens. Bij deze grensovergang de standaard druktemaker die loopt te roepen dat alles anders moet, maar zowel ik als het Franse stel op de motor snappen niet wat hij nou wil. De smalle weg gaat na de grens slingerend naar beneden. Weer wachten op de auto’s voor me, en ik krijg de gedachte dat die voertuigen met 4 wielen niet gemaakt zijn voor deze dingen en eigenlijk geweerd moeten worden. Gelukkig gaat bij de eerste splitsing het merendeel de andere kant op. Het ziet er allemaal hetzelfde uit als aan de andere kant van de grens, maar net wat minder ruim. Bij het eerste stadje komt mijn dagelijkse gedoe. De pinautomaten willen geen geld geven omdat ik te weinig geld zou hebben. Na een paar keer proberen het maar met mijn credit kaart gedaan, waar ik goed voor moest zoeken voordat ik de pincode daarvan had. De pompstation die ik in mijn gedachte had was er ook niet, en daarvoor in een andere straat die genomen. Achteraf kom ik erachter dat de routeplanner me ook gelijk een andere route heeft laten rijden, een die meer dan een uur langer is door een lager terrein. De wereld ruikt naar sauna, en in mijn neusgaten brandt het als een sauna en de temperatuur is boven de 40 graden. In Mostar stop ik bij het eerste hotel om te vragen of ze een kamer hebben, maar eigenlijk of ik bij hen in de airco de wifi mag gebruiken om een kamer te zoeken. Op booking.com zie ik wat voor 100 euro voor twee nachten. En met wat onderhandelen blijf ik toch bij hen in het hotel. Voor 140 euro in een 4 persoon kamer voor mezelf, met een zwembad beneden. Ik ben zo blij dat ik in de airco kan zijn en even niet naar buiten hoeft. Later loop ik nog wat rond bij de beroemde brug en de straatjes en heb alleen maar zin om te drinken en het is te warm om te eten.

Om 8:00 gaat de BMW-garage aan het begin van de stad open, en om 8:15 sta ik er. Ik heb wat problemen met de motor. Jammer genoeg hebben ze deze maand geen tijd om me te helpen, maar hij ken wel iemand die ervaring heeft met de gs1200R. Na wat appen met hem denk hij wat het probleem is, maar het onderdeel dat vervangen moet worden is in heel Bosnië niet te krijgen. Dus dan maar geen wegen meet nemen ver van enige hulp als er wat misgaat. Ook de kapper heeft het druk, en heeft vandaag geen tijd om mijn baard te trimmen en mijn haar te doen. Dan maar eerst even relaxen. Een broodje en koffie bij de buren. Binnen in het cafe is het een rokerig gebeuren, maar na 1 minuut buiten zitten in de zon ga ik toch weer naar binnen. Dat is beter vol te houden.
12 kilometer zuidelijk van Mostar ligt het plaatje Blagaj met een mooi klooster (Blagaj Tekke). Iedereen is er om dezelfde foto te nemen, en een met zichzelf erop. Op de berg 500 meter hoger dan Mostar ligt de Fortica Skywalk, een glazen platform waarvan je de stad kan overzien. Na deze uitjes weer afkoelen in de airco kamer, en erna in het zwembad. Afgekoeld ga ik weer wandelen naar de brug. Het is weer heet dus in de rivier, onder de brug afkoelen. Enkels, knieën, pfff het water is echt vreselijk koud. Het is voornamelijk smeltwater dat door grotten in de rivier komt. Het stroomt ook vreselijk hard en de temperatuur zal max 15 graden zijn. Op 24 meter hoogte staat, op de rand van de brug staat een duiker te wachten dat iemand hem 50 euro betaald om te duiken. Aan de overkant van de rivier staat een lager duikplateau waar er wel vanaf gedoken en gesprongen wordt. Als ik la lange tijd op temperatuur kom zwem in de rivier over om me bij de springers te voegen. Alleen is het allemaal veel hoger dan dat het er van een afstandje uitzag. Na een praatje met een Nederlandse backpacker ga ik zonder sprong weer terug naar de andere kant zwemmen. De straatjes van Mostar zijn een heel stuk leuker dan gisteren. Gisteren was het Zondag, en nu is er maar de helft van het aantal mensen. Nog steeds druk maar nu te doen. Na een stukje lopen vraag ik ChatGPT waar ik traditioneel kan eten waar niet alle toeristen zitten. De beste keuze vul ik in Google-Maps in, en wat blijkt. Ik sta naast het restaurant. De brug van Mostar heeft niets met Asterix te maken, maar er is wel een overeenkomst met het verhaal De broedertwist. De brug werd gemaakt, en was er om de twee groepen mensen samen te krijgen. Je merkt nog steeds het verschil. Ik eet aan de oostkant waar de restaurants halal zijn en ik kan geen bier bestellen bij het eten, daarvoor moet ik naar de andere kant van de brug waar iedere plek volop bier verkoopt.

Ik rij vroeg uit Mostar, voordat het weer zo warm gaat worden. Ik wil naar het noorden, steeds weer dichter bij huis. De eerste stop is voor een koffie met een bladerdeeg met kaas gevulde ringen. Het blijkt de specialiteit van hier te zijn. Een stop bij een verwoeste treinbrug en nog een stop bij een monument op een heuveltop. Niet alle monumenten hebben de tijd doorstaan. Er staan twee auto’s net onder de trappen van het monument. Zijn jullie daar ook voor, nee joh wij zijn hier om in de schaduw uit te rusten. De traptreden zijn kapot en bovenaan staat nog het betonnen geraamte van iets dat niet meer te herkennen is. Nog een oud plaatsje met watervallen en kasteel en bier, even verderop nog oude water raden in huisjes in de waterval en daarna weer heel veel kilometers naar het noorden. Voor me rijdt een auto die zich overal goed aan de snelheid houdt, en ik blijf nu maar achter hem zitten. Langs de weg heel veel politie. Gelukkig ga ik op een bepaald moment van die weg af. Omrijden zou 15 minuten sneller zijn, maar juist de haarspeldbochten naar boven en naar beneden maken het reizen interessant. Na een lange dag rijden op de status quo camping langs de Una-rivier. Er staan hier heel veel campings naast elkaar, en deze is lekker rustig. In het dorpje 10 minuten lopen is het wat minder rustig. Want al die campinggasten willen eten, en dit dorp met twee open restaurants is hier niet op berekend. Ik heb besloten om in ieder geval 2 nachten op deze camping te blijven. Even wat haast uit mijn systeem. Ik blijf lekker tot 10:00 slepen en liggen tot de zon op mijn tent komt. In het dorp twee warme broden en een ice tea en ik ben klaar om te gaan lopen. Het is 2.5 km naar de ruïne op de berg, maar na een klein stukje zie ik een zijpad de tussen de bomen door. Als ik dan bovenaan ben zie ik alleen dat de ruïne op de andere berg ligt. Weer beneden bij de motor aangekomen wil ik net naar boven rijden toen er een Canadees uit zijn auto stapt om naar boven te lopen. Als jij gaat lopen, mag ik dan met je meelopen. Leuk gesprek en verhalen en de ruïne, ach je moet ergens naartoe lopen. Helemaal gekookt van de zon probeer ik bij de camping het water in te gaan, maar kom niet verder dan mijn knieën door de kou. Ik douche wel koud en ga lekker bij het water staren. Ik kan hier alleen niet weg als ik niet de Martin Brod watervallen heb gezien. Hele mooie watervallen en ik merk dat ik toch iets steeds wat anders doe. Als ik de watervallen heb bekeken en de brug over gaat kom ik pas bij de plek waar je entree moet betalen en waar blijkbaar wel al die andere toeristen komen. Ik kom alleen ook nog voor wat anders. Vanochtend al op een verlaten spoorbrug gelopen, en ik zag dat de rails van de verlaten Uno-traject door heel veel hoogtelijnen heen ging. En Inderdaad vind ik de ingang van de tunnel van de trein. Als ik terugloop omdat mijn zaklamp niet in mijn zak zat maar nog in mijn koffer komt er ook een Frans stel in hun 4×4 aan. Ik vertel ze over de tunnel, maar zij gaan eerst de weg verder rijden. Na een stukje tunnel keer ik weer om, ik weet niet hoe lang dit nog doorgaat. Dan zie ik nog een zaklamp. Die fransman heeft zijn vriendin in de auto gelaten en is me achteraangekomen. Reden voor mij om ook maar verder te gaan. In de tunnel de lampen uit, en dan ervaar je wat echt donker is. Aan het einde van de tunnel nog een brug voordat er weer een tunnel aankomt. Ik heb genoeg spanning gehad, en de geluiden van vleermuizen ben je blij dat je weer licht zie. Daar komt ook het pad uit en we lopen terug over dat pad. Bij zijn auto aangekomen zit zijn vriendin niet meer in de auto, en uit de tunnel horen we Frans gevloek. Dat is zijn afdeling dat mag hij verder oplossen. Eigenlijk geen zin meer om nog uit eten te gaan. Maar op de camping aan de praat met een Bosniër die in de oorlog met ouders naar Nederland is gegaan, en nu met zijn vriendin een camping aan het opzetten is. Ze zijn hier ook even een paar dagjes weg. Lekker met hen mee kunnen BBQ’en en volgepropt met bier. Dus weer een lekkere avond.

Ik laat de tent vandaag staan. Bij de grens wat broodjes met onduidelijk beleg, ver van huis ver weg van huis ver weg. In Griekenland en Macedonië kon je bij heel veel plekken je broodje eten en gelijk koffiedrinken. Hier word ik steeds voor koffie doorverwezen naar het pompstation. Goede koffie maar iets weerhoudt me steeds. Bij de grens rij ik weer de lange rij auto’s voorbij. Alleen deze keer een auto vol met een generatie ouders dan ik die dit voordringen niet zo aankunnen. Agressief wordt opgetrokken dat ik de motor er niet voor kan zetten, en binnen wordt geschreeuwd en gebaren gemaakt. In de andere rij zit een vrouw met raam open aan het vapen. Ze kijkt dit heel relaxed aan en gebaard, dan ga je toch gewoon voor mij. Na de paspoortcontrole de standaardvraag: Anything to declare? Nou ga daar maar even staan. Ze willen alles zien. De spanbanden los om de tas met tent, slaapzak matjes te laten zien. Alles moet uit de koffers en in alle losse tasjes worden ook onderzocht. Na alles weer rustig op de motor te hebben gebonden ben ik 5 kilometer later op de plek van bestemming. Langs een oud vliegtuig volgeplakt met stickers door een hek, en nog een stukje en dan sta ik met nog een paar anderen bij het verlaten vliegveld van Željava. Tijdens de koude oorlog konden hier tientallen vliegtuigen in de berg verborgen worden en was alles klaar om zelfs een atoomaanval te weerstaan. Het is in de oorlog in Joegoslavië verwoest, en nu zijn de gangen verlaten en donker. Na eerst over de landingsbaan gereden te hebben sta ik klaar om in de donkere tunnel naar binnen te gaan. Een 15-jarig Amerikaans meisje vraagt of ze met me mee mag rijden de grot in. Goed hoor, spring maar op de tent achterop. Als ik goed oplet dat ik niet in een gat rij in het pikkedonker zegt zij de weg. Als ik haar weer terug heb gebracht ga ik nog eens maar nu te voet met een zaklamp. Ik herken niets meer van daarnet, en denk dat ik weer andere stukken hebt gelopen. Allemaal heel gaaf en spooky.

De grens teruggaat zonder problemen, ik rij weer naar voren en ben zo weer in Bosnië. Het is nog niet het moment om Bosnië te verlaten want ik heb nog zo’n 80 mark en die moeten eerst op. Ik rij verder langs de Una rivier. Het is weer mooi met weer kronkelweggetjes en de rivier ernaast met nu en dan een stroomversnelling. Een ambulance haalt me eerst met brullende sirene in, en even verder blokker hij de weg met draaien omdat hij toch terug moet. Opeens hoor ik vanachter een auto door de bocht heen slippen. Een walm van stinkend rubber en al draaiende zie ik de auto vlak langs me heen gaan en komt tussen mij en de ambulance dwars over de weg tot stilstand. Iedereen zet zijn voertuig weer recht en alles gaat weer verder. Pfff maar dat had ook zo anders af kunnen lopen.

Op Google maps heb ik een camping uitgezocht, en wat onderscheid nou de ene camping met de andere. Deze is heel afgelegen, en in de reviews staat dat ze bij ontvangst een halve liter bier kregen. Na een kiezelpad rij ik op een terrein dat duidelijk geen camping is. De twee honden verschuilen zich en de boer zegt dat ik hem moet volgen. Hij wijst een stukje verderop. Als ik wegrij komen de honden weer blaffend tevoorschijn. Nadat ik een fles bier in mijn handen heb gekregen vraagt de eigenaar verbaast: “How did you find this place”. Blijkbaar is er ook nog een camping app waar ik weer geen weet van heb. Maar ik ben er. Er zijn twee andere gasten, een Amerikaanse die al tijdje hier zit om uit te zoeken hoe verder in het leven en Duitser die ik tips geef hoe verder met de landrover. Na nog maar een bier zetten we de motor overeind want die is in de zachte grond onderuitgegaan. De motor staat op stevigere grond maar onder mij voel ik steeds minder stevigheid als er weer een bier klaarstaat. Er zijn een paar dagen dat ik wat minder had gedronken, maar hier wordt mijn gemiddelde weer boven de liter per dag gebracht. Er wordt lekker eten gemaakt, nog een biertje, veel gepraat en opeens komen er weer mensen even langs, delen hun fles schnaps en gaan weer weg.

De volgende dag proberen de eigenaar me nog over te halen met de stew die hij gaat maken, maar ik betaal hem en naar de grens. Bij het grillrestaurant Obelix vraag ik naar de bakker en leg daar mijn laatste 12 mark neer pak 3 flesjes drinken en vraag of ze de rest aan broodjes kan geven… beetje onwennig kijkt ze. bij de eerste vraag ze of ik die wil maar dan heeft ze het door.   Verras me…

Aan de ene kant van de rivier sta ik met mijn paspoort klaar om Bosnië uit te gaan, maar ik krijg gelijk het gebaar van rij maar door hoor. De brug staat helemaal vol auto’s maar ik ben er zo langsgereden en ben aan de overkant. De Europese unie in is alleen even het paspoort scannen en bij de douaneaangifte wordt geeneens naar me gekeken en ik zie een handje zwaaien rij maar door.

De AirPods gaan in en over tolwegen en snelwegen scheur ik naar Zagreb, Ljubljana en verder naar Oostenrijk. De enige verrassing onderweg is wat voor broodje ik nu weer heb… 5 landen, 620 km en 9 1/2 uur later zit ik weer in hetzelfde hotel als op dag 1 van deze reis waar ik mijn biergemiddelde in stand houdt met een schnitzel erbij.

De volgende dag ligt er weer een plas benzine naast de motor. Voor de tweede keer regent het deze vakantie, en beide keren was hier. Natuurlijk vergeten de USB kabels uit de accu te halen en nu klaagt de iPhone dat er water is gedetecteerd. Gelukkig heb ik heel de tijd een powerbank meegenomen. Het is lang en het wordt steeds warmer hoe dichter ik bij Nederland kom. Als ik eenmaal thuis ben, ben ik ook wel opgelucht. Het lekken werd steeds erger, en ik wil vooral niet ergens in Duitsland met de thuishaven in zicht stranden. Ik heb alles gedaan wat ik wilde doen. Dus goede vakantie. Het plan was 4 of 5 weken, maar door die benzine lekkage zijn het er 24 dagen geworden. 5.314 km

Epiloog

Sommige verhalen hebben een epiloog, en als ik toch in de verhalen modes zit, kan ik die ook gelijk schrijven. Na thuiskomst huis schoonmaken en met de motor boodschappen doen. En vooral rusten na best wel zware weken. Op dinsdag is de motor-garage weer open en rij ik langs om er even naar te laten kijken, en een afspraak te maken voor de reparatie. Als ik daar wegrij voel ik de koppeling een beetje slippen, maar dat zal wel aan mij liggen. Na bijna 5 kilometer wil ik mijn motor bij een winkel neerzetten, ik rij de parkeerplaats op, wilt de koppeling indrukken, en shit die zit helemaal vast. Motor uitzetten en schokkend komt de motor tot stilstand. Ik kan hem wel nu in zijn neutraal zetten, maar de koppeling zit muurvast. Shit, ik kies ervoor om de motor terug te duwen naar de garage. Het voelt als een soort boetedoening, maar ook als een bewustwording dat dit ook in Bosnië of nog erger Kosovo had kunnen gebeuren. Ik heb niet meer dan 15 km gereden sinds dat ik thuis ben. Tijdens het duwen haal een man in die zijn hond aan het uitlaten is, en kan het niet laten om te zeggen dat ik achteraf beter een wandeling met mijn hond had kunnen doen. Bij de garage aangekomen mijn verhaal gedaan en ze waren al aan het kijken of er echt niet iets vroeger ingeplant kan worden. Ik zeg, ik zag net dat jullie ook een andere gs1200r hebben staan. Doe een goed voorstel voor die met deze inruilen. Even heen en weer, wat is deze motor waard. Deze motor is mij heel veel waard, want deze motor heb ik zoveel mee gedaan. Maar wat moet ik bijleggen voor die andere. Hij doet een voorstel en zeg dat ik dan zo op die weg kan rijden. Ik denk 0.02 seconden na, en OK dat is goed. Een proefrit en de spullen thuis halen en ik ben nu in het bezit van een iets nieuwere zwarte BMW. Ik heb nog geen band met hem, maar dat gaat echt nog wel komen.